Menu

Het Rosenhan-experiment:

Over Gezond Zijn

op

Ongezonde Plaatsen

Het Rosenhan experiment

door David L. Rosenhan

1973

“uitsluitend bestemd voor beroepswerkers in de gezondheidszorg.”

www.bonkersinstitute.org/rosenhan.html

Geesteszieken zijn de melaatsen van de maatschappij



Opmerking:

Krankzinnig, geestelijk gestoord, waanzinnig, abnormaal, geestesziek, gek, maf, enz. zijn allemaal etiketten die in in de loop der tijd altijd door de “normalen” opgeplakt zijn op mensen die, in hun ogen, afwijkend gedrag vertoonden. In zijn boek Conserve (1947) schrijft Willem Frederik Hermans: “Krankzinnigheid is iets wat alleen door zijn zeldzaamheid wordt bepaald. Als van honderd mensen er vijf en negentig krankzinnig zijn, dan zijn niet zij krankzinnig, maar de vijf, die het niet zijn. Als er op de heele wereld maar een mensch leefde dan zou niemand kunnen uitmaken of die krankzinnig was of niet!!” In de vertaling zijn alle eufemismen van “gek” door elkaar gebruikt.

De vertaler


Als geestelijke gezondheid en krankzinnigheid bestaan, hoe kunnen wij die dan onderkennen?

Op zich is die vraag niet ongefundeerd en ook niet krankzinnig. Hoezeer wij er ook zelf van overtuigd zijn dat wij normaal en abnormaal van elkaar kunnen onderscheiden, het bewijsmateriaal is gewoonweg niet steekhoudend. Het is bijvoorbeeld heel gewoon om over moordzaken te lezen, waarbij uitmuntende psychiaters van de verdediging tegengesproken worden door even uitmuntende psychiaters van de aanklager met betrekking tot de geestelijke gezondheid van de aangeklaagde. Meer in het algemeen, er bestaan heel wat tegenstrijdige gegevens over de betrouwbaarheid, bruikbaarheid en betekenis van begrippen als “geestelijk gezond,” “krankzinnig,” “psychiatrische aandoening” en “schizofrenie.” [1]. Uiteindelijk heeft Ruth Benedict al in 1934 gesteld dat normaal en abnormaal niet overal hetzelfde betekenen. [2] Wat in de ene cultuur normaal is, kan in een andere als heel afwijkend gezien worden. Daarom zijn de begrippen normaal en abnormaal misschien helemaal niet zo afgebakend als mensen denken.

Vragen stellen over normaal en abnormaal wil geenszins ter discussie stellen dat sommige gedragingen afwijkend of merkwaardig zijn. Moord is iets afwijkends, net als hallucinaties. Dat soort vragen stellen ontkent ook niet het bestaan van het lijden dat vaak in verband gebracht wordt met een “psychiatrische aandoening.” Angst en depressies bestaan. Psychisch lijden bestaat. Maar normaal en abnormaal, geestelijk gezond en gestoord zijn en de diagnosen die daaruit voortvloeien zijn misschien minder werkelijk dan velen geloven.

Eigenlijk is de vraag of de geestelijk gezonde onderscheiden kan worden van de geestelijk gestoorde (en of de maten van gestoordheid onderling te onderscheiden zijn) een eenvoudige zaak: zetelen de in het oog springende kenmerken die tot een diagnose leiden in de patiënt zelf, of in de omstandigheden en context, waarin hij door de waarnemer wordt aangetroffen? Vanaf Bleuler, via Kretchmer en de opstellers van het onlangs herziene DSM (Diagnostic and Statistical Manual) van de American Psychiatric Association, is er steeds veel geloof aan gehecht dat patiënten symptomen vertonen, dat die symptomen in categorieën ondergebracht kunnen worden en, impliciet, dat geestelijk gezonde personen onderscheiden kunnen worden van gestoorden. Maar dat geloof is onlangs ter discussie gesteld. Deels gebaseerd op theoretische en antropologische, maar ook op filosofische, legitieme en therapeutische overwegingen, is het inzicht gegroeid dat de psychologische indeling op zijn best zinloos en op zijn slechtst ronduit schadelijk en misleidend is en het alleen maar erger maakt.

Zogezien bevindt de psychiatrische diagnose zich in het hoofd van de waarnemer en is geen deugdelijke samenvatting van de door de waargenomene vertoonde kenmerken.[3-5]

Meer inzicht in wat de waarheid het dichtst benadert, kan verkregen worden door normale mensen (dat wil zeggen, mensen die niet lijden, en nooit geleden hebben, aan ernstige psychiatrische stoornissen) op te laten nemen in psychiatrische ziekenhuizen en vervolgens vast te stellen of daar ontdekt wordt dat ze geestelijk gezond zijn en zo ja, hoe. Als altijd ontdekt zou worden dat dergelijke pseudo-patiënten gezond zijn, zou er sprake zijn van een op het eerste gezicht sterk bewijs dat een geestelijk gezond individu onderscheiden kan worden van de ongezonde context waarin hij aangetroffen wordt.

Normaal zijn (en vermoedelijk abnormaal zijn) is dan kennlijk zo duidelijk dat het overal waar het voorkomt onderkend kan worden, omdat de betrokkene het in zich meedraagt. Als anderzijds nooit ontdekt zou worden dat de pseudo-patiënten geestelijk gezond zijn, zou dat ernstige problemen opleveren voor degenen die de gangbare manieren waarop een psychiatrische diagnose gesteld wordt ondersteunen. Stel dat het ziekenhuispersoneel niet incompetent was, dat de pseudo-patiënt zich even gezond gedragen had als hij dat buiten het ziekenhuis had gedaan en nooit eerder het idee geopperd was dat hij een psychiatrische inrichting thuishoorde, dan zou een dergelijke onwaarschijnlijke uitkomst de gedachte ondersteunen dat een psychiatrische diagnose weinig verraadt over de patiënt, maar veel over de omgeving waarin hij door de waarnemer aangetroffen wordt.

Dit artikel beschrijft zo’n experiment. Acht geestelijk gezonde mensen verkregen in het geheim toegang tot 12 verschillende psychiatrische ziekenhuizen. [6] Hun diagnostische ervaringen vormen het eerste stuk van dit artikel; de rest is gewijd aan een beschrijving van hun ervaringen in de inrichtingen. Te weinig psychiaters en psychologen, zelfs degenen die in dergelijke inrichtingen gewerkt hebben, weten wat dat voor ervaring is. Zij praten daar zelden over met voormalige patiënten, mogelijk omdat zij wantrouwen koesteren over informatie van voorheen geesteszieken. Mensen die werkzaam zijn geweest in psychiatrische inrichtingen hebben zich waarschijnlijk zozeer aangepast aan de omgeving dat ze ongevoelig zijn voor de sterke invloed van die ervaring. En hoewel er incidentele verslagen bestaan van onderzoekers die zich hebben laten opnemen in een psychiatrische inrichting [7], hebben zij doorgaans maar een korte tijd in die inrichtingen doorgebracht, vaak met medeweten van het personeel van de inrichting. Het valt moeilijk te zeggen in hoeverre ze als patiënt of als collega-onderzoekers werden bejegend. Toch zijn hun verslagen over de binnenkant van de psychiatrische inrichting waardevol. Dit artikel is een uitwerking van die pogingen.

PSEUDO-PATIËNTEN EN HUN OMGEVING

De acht pseudo-patiënten vormden een heterogene groep. Een van hen was een postdoctorale psychologiestudent van in de twintig. De andere zeven waren ouder en “gevestigd.” Onder hen waren drie psychologen, een kinderarts, een kunstschilder en een huisvrouw. Drie pseudo-patiënten waren vrouw, vijf man. Allemaal maakten ze gebruik van een schuilnaam, om te voorkomen dat hun zogenaamde diagnose hen later in de problemen zou kunnen brengen. Degenen die in de geestelijke gezondheidszorg werkzaam waren gaven een ander beroep op om te vermijden dat er door het personeel, uit hoffelijkheid of uit voorzorg, speciale aandacht besteed zou kunnen worden aan hun zieke collegae. [8] Met uitzondering van mijzelf (ik was de eerste pseudo-patiënt en mijn aanwezigheid was bekend bij het bestuur van het ziekenhuis en de eerste psycholoog en, voor zover ik weet, bij hen alleen), was de aanwezigheid van de pseudo-patiënten en de aard van het onderzoeksprogramma niet bekend bij het personeel van de inrichtingen. [9]

De omgeving was eveneens van uiteenlopende aard. Om de bevindingen te kunnen generaliseren, werd geprobeerd een opname te verkrijgen in allerlei ziekenhuizen. De 12 betrokken ziekenhuizen bevonden zich in vijf verschillende staten aan Oost- en Westkust. Sommige waren oud en haveloos, andere helemaal nieuw. Sommige beschikten over een goede personeel-patiënt-verhouding, andere waren zeer onderbezet. Er was maar één privé-kliniek bij. Alle andere werden betaald uit staats- of federale fondsen of, in één geval, door de universiteit.

Complete tekst:

verbodengeschriften.nl


Naar boven

Menu