Menu


De Heerlijke Kosmologie

Avonturen in de Chemie van het Bewustzijn


Boekomslag van De Heerlijke Kosmologie


Alan W. Watts


Timothy Leary en Richard Alpert


Voor de mensenvan de hoogten der Druïden



Inhoud:


Inleiding van de vertaler

Voorwoord
Inleiding
Voorspel
De Heerlijke Kosmologie
Epiloog


The Joyous Cosmology ©1962, Pantheon Books,
een afdeling van Random House.




Inleiding van de vertaler


Dit prachtige boekje van Alan Watts verdient toch enig commentaar en nuancering. Ogenschijnlijk is het een pleidooi voor een ongebreideld gebruik van psychedelica, maar dat is niet wat Watts voorstaat. Zoals hij schrijft en dat is misschien de meest veelzeggende zin uit het boek: ‘psychedelische drugs zijn namelijk gewoon instrumenten, zoals microscopen, telescopen en telefoons. Als je de boodschap hebt gekregen, moet je de telefoon weer ophangen.’ De vraag is wat die boodschap dan inhoudt en wat psychedelica (waaronder dus ook marihuana) dus eigenlijk doen. Ook daar geeft Watts een zinnig antwoord op: deze drugs schakelen op een of andere manier bepaalde remmende of selecterende processen in het zenuwstelsel uit, om ons zintuiglijke apparaat toegankelijker te maken voor indrukken, dan gewoonlijk het geval is’ en ‘kunnen ons het labyrint uitleiden waarin wij vanaf onze kindertijd in verdwaald zijn.’ En wat de boodschap betreft betekent dat dat je onder invloed van psychedelica de wereld en jezelf weer kunt zien zoals je die als onbevangen klein kind zag en ervoer.

Zoals Supertramp ooit zong:


When I was young, it seemed that life was so wonderful
A miracle, oh it was beautiful, magical
And all the birds in the trees, well they'd be singing so happily joyfully, playfully, watching me.

Maar toen werden wij het paradijs uitgeleid en wat daarmee gebeurde was:


But they send me away, to teach me how be sensible logical, responsible, practical
And they showed me a world, where I could be so dependable, clinical, intellectual, cynical


Wat Watts zich niet realiseerde (en met hem alle psychedelicagebruikers) was dat hij niet iets nieuws gevonden had, maar dat hij iets ouds had ontdekt, iets dat elk klein kind hem had kunnen vertellen, de manier waarop hij zelf ook ooit de wereld en zichzelf had ervaren, voordat hij die wereld werd uitgeleid. Het gevoel dat ieder van ons het middelpunt van zijn wereld is, dat wij allemaal almachtig zijn (maar de psychiater noemt het kinderlijk gevoel van almacht grootheidswaan en pathologisch) dat wij zoals Watts zegt allemaal ‘God in vermomming zijn,’ maar hij beseft ook dat ‘geen enkele autoritaire regering, of die nou kerkelijk of werelds is, dat idee kan tolereren.’ Maar dat is niet de belangrijkste reden waarom machthebbers, of dat nou wereldse of kerkelijke, ouders, of andere ‘kennis’-monopolisten zijn. Niets gevaarlijker voor een maatschappij die gebaseerd is op onvrede, ontevredenheid en macht, dan mensen die met zichzelf tevreden zijn, die niets meer hoeven of willen, waarvan niets te maken valt, die geen enkele behoefte voelen om zich aan te passen, die niet meer mee willen doen, die niets nodig hebben om gelukkig te zijn (overigens is gelukkig zijn een tautologie, want zijn, is gelukkig zijn) die hun handen niet langer vuil willen maken, die tevreden zijn met wat ze zijn en beseffen hoe bizar het is om iets te ‘worden,’ die gewoon alleen maar willen leven. Is er soms niet lang geleden gezegd ‘zo ge niet wordt gelijk de kleine kinderen, zult ge het Koninkrijk der Hemelen voorzeker niet ingaan?’

Ach, het allemaal eigenlijk kinderlijk eenvoudig. Maar Watts verzet zich tegen die eenvoud en wil de kool en de geit sparen. ‘Wij hoeven niet,’ zegt hij, ‘de cultuur af te schaffen en terug te keren naar een of ander prehistorisch stadium.’ En toch is dat onmiskenbaar de boodschap die hij uitdraagt, maar hij onderkent dat niet. Kinderen kunnen van volwassen helemaal niets leren, hoogstens hoe het niet moet.

Psychedelica gunnen je dus weer een blik op het ideaal, het eindpunt, het leven in het hier en nu. In het labyrint kijk je een moment naar het leven daarbuiten en de enige bedoeling is dat je dan weer beseft dat er wel een andere wereld is en dat je vervolgens alles in het werk stelt om de uitgang te vinden.



Voorwoord


De Heerlijke Kosmologie is een schitterende woordenvloed, die ervaringen beschrijft waarvoor onze taal eigenlijk geen woorden heeft. Om dit prachtige maar moeilijke boek te begrijpen, is het zinnig een kunstmatig onderscheid te maken tussen binnen en buiten. Dat is nou juist het onderscheid waarvan Watts wil dat wij dat overstijgen. Maar Alan Watts speelt het woordenspel in een Westerse taal en het kan zijn lezer niet kwalijk genomen worden dat hij vasthoudt aan zijn eigen gebruikelijke tweeledige modellen.


Binnen en buiten. Gedrag en bewustzijn. Het veranderen van de buitenwereld is kenmerk en obsessie geweest van onze beschaving. In de afgelopen twee eeuwen hebben de Westerse monotheïstische culturen hun blik naar buiten gericht en hebben, met een verbazingwekkende doeltreffendheid, de dingen heen en weer gesleept. De afgelopen jaren heeft onze cultuur echter oog gekregen voor een verontrustende onevenwichtigheid. Wij zijn ons bewust geworden van het onverkende universum binnen in ons, van de niet in kaart gebrachte regio’s van het bewustzijn.


Deze kritische stroming is niet nieuw. Die is in het bestaan van vele culturen en individuen opgetreden. Uiterlijk materieel succes wordt gevolgd door teleurstelling, de basale vraag naar het ‘waarom,’ en vervolgens door de ontdekking van de binnenwereld—een oneindig ingewikkeldere en rijkere wereld dan de kunstmatige structuren van de buitenwereld, die uiteindelijk oorspronkelijk allemaal projecties zijn van de menselijke verbeelding. Ten slotte zet het logische, beeldende brein zichzelf in werking, krijgt de dwaze ontoereikendheid in de gaten van de flinterdunne systemen die het over de wereld heenlegt, schakelt zijn eigen starre controle uit en brengt de overheersing van de cognitieve ervaring ten val.


Wij hebben het hier (en Alan Watts doet dat in zijn boek) over de strategie van het zenuwstelsel—dat zonder twijfel even ingewikkeld en belangrijk is als de uiterlijke politiek. De strategie van het zenuwstelsel gaat over het gevecht tussen geest en brein, het tirannieke in woorden denkende brein dat zich censurerend, waarschuwend en oordelend loszingt van het organisme en de wereld waarvan het deel uitmaakt.


Zo dient de vijfde vrijheid zich aan—verlost zijn van al het aangeleerde en culturele van het brein. De vrijheid om je bewustzijn te verruimen voorbij de kunstmatige culturele kennis. De vrijheid om afstand te nemen van het doorlopend in beslag genomen zijn door het woordenspel—het maatschappelijke spel, het spel van het ik—en de heerlijke eenheid bereiken met wat daar voorbij ligt.


Wij hebben hier te maken met een onderwerp dat niet nieuw is, een onderwerp waar eeuwenlang over nagedacht is door mystici, door filosofen van de religieuze ervaring, door die zeldzame en werkelijk grote wetenschappers, die in staat zijn geweest om daarin binnen te dringen en vervolgens weer uit te komen, voorbij de grenzen van het wetenschapsspel. Het is gezien en helder beschreven door de grote Amerikaanse psycholoog William James:


... ons normale waakbewustzijn, dat wij het rationele bewustzijn noemen, is slechts één specifiek type bewustzijn, terwijl overal daaromheen, slechts gescheiden door een ragdun scherm, volslagen andere mogelijke bewustzijnsvormen liggen... Wij kunnen door het leven gaan zonder hun bestaan te vermoeden, maar pas een juiste prikkel toe en opeens zijn daar in heel hun totaliteit, vastomlijnde psychische toestanden, die waarschijnlijk ergens een toepassings- en aanpassingsgebied hebben. Geen enkele beschrijving van het gehele universum kan de definitieve zijn, als deze andere bewustzijnsvormen helemaal buiten beschouwing worden gelaten. De vraag is hoe ze bekeken moeten worden—omdat zij namelijk zo weinig te maken hebben met het gewone bewustzijn. Hoewel zij geen routebeschrijving geven, kunnen ze toch het gedrag bepalen. In ieder geval verbieden zij dat wij voortijdig een streep zetten onder onze beschrijvingen van de werkelijkheid. Als ik terugkijk op mijn eigen ervaringen, dan vloeien die allemaal samen tot een soort inzicht, waaraan ik toch enige metafysische betekenis toe moet kennen.


Complete tekst:

verbodengeschriften.nl



Naar boven

Menu